Presse

Winand van de Kamp dans Haagsche Courant (4 février 2002)

Fairy Queen


Zinnenbenevelende collage van muziek
en theater

 

Ingenieuze toneelmachinerieën en rijke decors streelden intussen het oog. Zo iets kon alleen in het Engeland van de late 17de-eeuw. Het zal dan ook niemand verbazen dat Purcells semi-opera vandaag de dag van het toneel is verdwenen. De muziek wordt nog wel eens gespeeld, maar een complete scenische opvoering is er niet meer bij.

Zonde vond regisseur David Prins. Want Purcells noten komen het beste tot hun recht in een theatrale context. Voor Barokopera Amsterdam heeft Prins 'The Fairy Queen' omgewerkt tot een eigentijdse voorstelling van tweeënhalf uur. De overdadige decors hebben plaats gemaakt voor een sober, doeltreffend achterdoek, de toneelmachines voor hedendaagse effecten, maar het frisse, onconventionele karakter is wel degelijk gebleven. Gelukkig heeft Prins de gesproken tekst van Purcells anonieme librettist links laten liggen en is hij teruggekeerd naar Shakespeare's onovertroffen originele verzen. Ze voeren ons naar de zomernachtelijke droomwereld van elfenkoning Oberon en zijn koningin Titania. Vier jonge Atheners - de harde, zakelijke wereld van hun ouders ontvlucht - raken er verdwaald en worden betoverd door het liefdessap van bosdwerg Puck. En dan opeens is niets meer wat het lijkt.

Prins heeft muziek en tekst - in het orgineel zorgvuldig gescheiden - flitsend ineen gevlochten. De orkestmusici zwerven met hun lessenaars op wieltjes over het podium en pakken hier en daar een toneelrolletje mee. Zangers verklanken de gevoelens van de sprekende personages. Het resultaat is een zinnenbenevelende maar ook dolkomische collage van muziek en theater met een vette knipoog naar de wereld van musical en popmuziek. Puck snelt in trainingspak als een wervelwind over het podium en imiteert en passant Britney Spears. Oberon lijkt een sheriff weggelopen uit een Amerikaanse televisieserie en de paartjes Hermia/Lysander en Helena/Demetrius gedragen zich als verliefde jongeren in een soap.

Er mag dan grondig zijn ingegrepen in 'The Fairy Queen', de geest van het origineel is behouden. Zo verbaasd als de 17de-eeuwer geweest moet zijn een sarabande aan te treffen - een dans die in Engeland om zijn schunnige karakter lange tijd verboden was - zo verbouwereerd zal de 21ste oude-muziekliefhebber zijn door de swingende riff die violone-speler Jan Hollestelle hier ten beste geeft.

Wie het alleen om Purcells dansende, fluisterende, uitdagende en klagende muziek te doen is, kan deze voorstelling beter overslaan. Er is noodgedwongen grondig geknipt in de partituur. Nummers die niet rechtstreeks aansluiten op Shakespeares tekst zijn geschrapt, andere zijn handig op een andere plaats ingemonteerd. Wie van eigenwijs, sprankelend totaaltheater houdt of wie wil weten hoe een barokopera nieuw leven kan worden ingeblazen moet beslist gaan luisteren en kijken.