Presse

Paul Herruer dans Nieuwsblad van het Noorden (18 novembre 2002)

Fairy Queen

Optimaal vertier in Purcells 'Fairy Queen'

Door Paul Herruer

 

Gebeurtenis: opvoering van 'The Fairy Queen' van Henry Purcell door Barokopera Amsterdam. Muzikale leiding: Frédérique Chauvet. Regie/bewerking: David Prins.

De eerste blik op de eerste Nederlandse scenische opvoering van The Fairy Queen van Purcell was niet veelbelovend. Een clavecimbel en een rijtje lessenaars voor een zwart doek deden niet vermoeden dat er in scenisch opzicht veel zou gebeuren. Het zou wel weer zo'n 'semi-scenische' opvoering worden: geen theater en geen concert, maar iets als vlees noch vis daartussenin.

Al heel snel werden alle voorgevoelens weggespeeld door wat zich ontpopte als een vrolijke speelse en dynamische bewerking. Toen Purcell nog leefde duurde zo'n combinatie van toneel en muziek gauw een uurtje of vijf, daar waren er nu drie van overgebleven. Het acteren kreeg daarin meer tijd en aandacht dan het musiceren, zoals het oorspronkelijk ook het geval was. Alles en iedereen kreeg een plek: vier jonge acteurs die alle liefdescomplicaties in het verhaal gestalte gaven, vier zangers voor de muzikale intermezzi, twee acterende zangers als Tatiana en Oberon en nog twee acteurs.

Op zeker moment werden ook drie orkestleden als acteur ingezet en het orkestje zelf bleek makkelijk verrijdbaar naar andere delen van het podium. Mocht het toneelbeeld kaal blijven en de kostumering hedendaags, wat er gebeurde was, om het clichématig te zeggen, jong en dynamisch. Dat alles gelukkig wel op de goede manier. Ook actrice Martine Dukker, die iets erg leuks van de rol van Puck maakte, en de twee kibbelende liefdesparen zorgden voor nogal wat vertier.

In dat hele speelse theater kwam het toneelgedeelte er eerlijk gezegd beter af dan de soms iets te weinig prominent klinkende muziek. Die werd wel heel zorgvuldig en soms ronduit geinig gepresenteerd. Sopraan Penni Clarke (Tatiana) bleek bovendien een waardige nakomeling van de jonge Emma Kirkby.