Les Noces de Jeannette & Une Demoiselle en Loterie

Plus...

 

Beide ‘opéras-comiques’ hebben als thema de uiteenlopende wijze waarop vrouwen een man kunnen veroveren en naar hun hand zetten. In Les Noces de Jeannette weet een jonge slimme boerin de man van haar keuze, verstokt vrijgezel en fuifnummer, die tijdens de plechtigheid voor het huwelijk terugschrikt, alsnog te strikken. Une Demoiselle en Loterie speelt in Parijs: Aspasie is door haar suikertante ten gunste van een neef onterfd toen ze naar de hoofdstad verhuisde om ‘actrice’ te worden... in een circus. Berooid als ze nu is, beslist ze uiteindelijk een goede partij te vinden. Met haar medeplichtige Démeloir zet ze een loterij op waarvan zij zelf de hoofdprijs is; uiteindelijk zal ze zelf ook in meer dan één opzicht de winnaar blijken.

In de negentiende eeuw was trouwen voor vrouwen de enige weg naar zelfstandigheid en naar vrijheid... mits ze de baas in huis kon zijn. Offenbach en Massé zetten twee krachtige vrouwen neer, veel sterker dan de heren: een geliefd thema in opera en operette.

 

De Muziek

Deze kleinere, zogenaamd lichte werken zijn technisch en vocaal even lastig als de meest serieuze werken, en vergen bovendien een enorme theatrale energie. Het is noodzakelijk om tegelijkertijd strakheid en verbeeldingskracht te ontwikkelen. Deze verbeeldingskracht kan zich alleen ontwikkelen binnen een uiterst precies kader, geheel in de lijn van de Franse ‘etiquette’.

Beide kameroperaatjes lenen zich bij uitstek voor uitvoering door een kamermuziek-bezetting: dwarsfluit, klarinet/hobo, viool, cello, piano. Daarbij zijn overigens verschillen merkbaar: enerzijds de symfonist Massé met zijn heldere orkestpartijen en zijn verleidelijk romantisch elan, en anderzijds de Offenbach die we allemaal kennen, die als geen ander de toeschouwer bij voortduring weet te boeien. Zijn melodieën dwingen tot naneuriën, hij speelt met het ritme van taal en muziek, met de stemmogelijkheden van de zangers en de klankkleur van de instrumenten. Een tweede verschil betreft de dialoog: gesproken bij Offenbach, maar bij Massé in recitatief gezongen in een inspirerende ritmiek, die de zangers alle kansen biedt om een stevig naturel te combineren met krachtige kleuringen.

De vertrouwdheid van Barokopera Amsterdam met de benadering vanuit de historische opvoeringpraktijk moet bijdragen aan de romantische verfijning van deze twee korte opera’s.



« Retour