Presse

Jordi Kooiman dans Opera Magazine (16 avril 2009)

Les Noces de Jeanette & Une Demoiselle de Loterie

Als je een ouverture even niet meerekent, telt het avondje opéra-comique van Barokopera Amsterdam geen enkele saaie seconde. De korte komedies van Massé en Offenbach zitten vol levendigheid en worden niet minder bruisend en op hoog niveau gezongen en geacteerd door de jonge cast.


Barokopera Amsterdam heeft voor de avond ‘Schatten uit de opéra-comique’ een perfect duo opgegraven: Les Noces de Jeannette van Victor Massé en Une Demoiselle en Loterie van Jacques Offenbach. Beide kameroperaatjes gaan over een sterke vrouw die een man naar haar hand probeert te zetten. Bij Massé is dat een boerin die haar aanstaande met list en verleiding het huwelijk in sleept, bij Offenbach een geflopte actrice die een goede partij zoekt.

 

De verhalen zijn rijk aan humor (vooral om Offenbachs grollen lach je je suf), zitten vol dynamiek en zijn erg laagdrempelig. Met geringe voorbereiding zijn de stukken prima te volgen. Met dank ook aan de knappe boventiteling van Toon van Wolferen.

 

Regisseur Alain Patiès maakte een bont geheel van de voorstelling. Luchtig, grappig en soms zelfs acrobatisch. Er sneuvelde heel wat glas en er werd zelfs een eitje gebakken. Patiès’ plannetjes kwamen echter alleen op hun pootjes terecht door de inzet van de sprankelende jonge cast. Wie overtuigd wil worden van de kwaliteiten van de nieuwe generatie, kan deze voorstelling niet missen.

 

De vijf Franstalige solisten stonden stuk voor stuk zelfverzekerd en overtuigend in hun rol. En door de intimiteit van de kleine zaal van het Rabotheater in Hengelo was hun bewonderenswaardige acteerspel extra goed te volgen. Hun personages kwamen volledig tot leven, en dat met zo’n energie dat je aandacht van begin tot eind bij voortstuwing gevangen werd. Vandaar dat gebrek aan saaie secondes.

 

In Les Noces de Jeannette vormden Tara Pigal (Jeannette) en Marc Scoffoni (Jean) een fraai koppel. Ook qua zang. Pigal gleed vederlicht door haar coloraturen, met als hoogtepunt haar virtuoze nabootsing van een nachtegaal in ‘L’air du Rossignol’. Scoffoni combineerde zijn aangename bariton met een frivole, zeer beweeglijke aanwezigheid op het toneel.

 

In Une Demoiselle en Loterie stond sopraan Angélique Pourreyron tegenover twee tenoren: haar knecht Démeloir (Ambroz Bajec-Lapajne) en de rijke provinciaal die naar haar hand dingt, Pigeonneau (José Canales). In hun gezelschap stond Pourreyron haar mannetje meer dan behoorlijk. Met haar felle, soms scherpe stem greep ze iedere coloratuur en hoge noot bij de lurven. En de sterke verteltrant in haar gesproken gedeeltes zette ze even sterk door in haar zang, door middel van treffende accenten.



Om haar heen dartelde ondertussen de innemende en goed klinkende Bajec-Lapajne rond (overigens ook verantwoordelijk voor een stukje choreografie), terwijl Canales klonk als zijn karakter: naïef, onnozel, maar ook goedig en oprecht.

 

Door de vaart op het toneel vergat je haast de rol van het kleine ensemble, dat bescheiden in de hoek stond opgesteld. Maar misschien is dat bij dit soort werken wel het juiste compliment; het ensemble als grond waar de solisten heerlijk op voort kunnen hollen. In elk geval speelden de muzikanten op frisse wijze de Franse muziek – met uitzondering van de wat saaie ouverture bij Massé’s werk.

 

Misschien dat je deze avond opéra-comique wel kunt vergelijken met een pocketboekje dat je in één ruk uitleest. Het is allemaal niet zo verheven als ‘echte opera’ – dat is eerder een doorwrocht literair werkmaar het sleept je helemaal mee en je kunt er volop van genieten. En dat is minstens evenveel waard.

‘Schatten uit de opéra-comique’ wordt tot en met 29 april nog zeven keer opgevoerd, waaronder tijdens het KamerOperaFestival in Zwolle. Zie voor details de agenda of www.barokopera.nl.

door Jordi Kooiman


Bronvermelding: www.operamagazine.nl/recensies/125/

" target="_blank">

http://www.operamagazine.nl/recensies/125/