Tromb'al-ca-zar & Le Violoneux

Plus...

Tromb'al-ca-zar:

Een groep zangers wordt vervolgd door de politie en zoekt z’n toevlucht in een afgelegen herberg. De zangers repeteren hun nieuwe opera ‘Tromb’al-ca-zar de verschrikkelijke schurk’ op zo’n hoogdravende en levensechte manier dat ze de herbergier werkelijk de stuipen op het lijf jagen. Zangeres Gigolette ontdekt in de herbergier haar neef Ignace die haar vroeger heeft beroofd...

 

In ‘Tromb’al-ca-zar’ is niets of niemand wat het lijkt. De vrolijke muziek geeft een ironische ondertoon aan de bespottelijke handelingen van de personages. Dit geldt voor het guitige ensemble du jambon de Bayonne, waarvan het het middendeel is ontleend aan ‘La Sirène’ van Auber, en voor het grand quatuor, een parodie op Arturo’s air A una fonte uit de ‘Puritani’ van Bellini. De ‘manke’ bolero die Gigolette zingt sloeg zo aan bij het publiek dat Offenbach hem moest herhalen bij de voorstelling in de Tuilerieën.

 

 

Le Violoneux, légende Bretonne:

Reinette is een jonge boerin. Haar peetvader Mathieu, de oude dorpsviolist, heeft alleen nog zijn viool als vriend. Tijdens een ruzie maakt Pierre, de geliefde van Reinette, de viool van Père Mathieu kapot omdat hij denkt dat het instrument behekst is. Op dat moment komt een brief tevoorschijn die in de viool was verstopt. Deze brief zorgt ervoor dat het verhaal een gelukkige wending neemt...

Als de dorpsviolist treurt over zijn kapotte viool, worden zijn wanhoop en nostalgie uitgedrukt door de cello, het favoriete strijkinstrument van Offenbach. De muziek staat op dat cruciale moment in mineur en het orkest begeleidt de stem van Mathieu met gevoelige tegenmelodieën. Dit vormt een groot contrast met bijvoorbeeld de ronde ‘Et lon lon la’, een sprekend voorbeeld van de populaire dansmuziek die nog meer aanspreken dan de originele folkloristische melodieën en die de onbedwingbare neiging oproepen om enkele danspasjes en vreugdesprongen te wagen…en dat terwijl het motief ontleend is aan een melodie uit de synagoge !

 

Het is opvallend dat originele orkestpartijen van ‘Le Violoneux’ in het Gemeentelijk Museum te Den Haag zijn opgeslagen. Waarschijnlijk is dit werk van Offenbach ooit in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag opgevoerd. In de Toonkunstbibliotheek van Amsterdam bevindt zich een Nederlandse vertaling met als titel ‘De viool van Martijn’.

 

 

 



« Retour